De toekomst van de stekelaardschildpad (Heosemys spinosa) in gevaar door de palmolie-industrie op Borneo

Palmolie is hot. Naast sojaproductie wordt palmolie de laatste jaren steeds vaker gebruikt in tal van producten variërend van wasmiddelen tot levensmiddelen (chips en margarine).

Met een in toenemende mate groeiende wereldbevolking is de behoefte aan alternatieve eiwitproducten behalve vlees en vis steeds sterker geworden.
In Zuid Amerika wordt reeds vele jaren soja verbouwd. De productie van palmolie in met name Zuid Oost Azië wordt door de levensmiddelenindustrie als een welkome aanvulling daarop gezien. In Indonesië en met name op Borneo worden regenwouden in razend tempo gekapt om plaats te maken voor palmolieplantages. Grote aantallen soorten planten en dieren dreigen hierdoor uit te sterven. Steeds opnieuw worden stukken bos gekapt zonder alternatieven als hergebruik van reeds gekapte gebieden te onderzoeken. Ook door een betere planning zou veel bos kunnen worden gespaard.
De overgrote meerderheid van het tropische hout wordt geïmporteerd naar China, waar door een in ras tempo stijgende economische welstand nauwelijks aan de vraag naar grondstoffen als hout voor de bouw van huizen kan worden voldaan.

Naast de bedreiging voor de natuur wordt ook aan het welzijn van oorspronkelijke bevolkingsgroepen als de Dayaks volledig voorbij gegaan. Deze van oudsher van het bos levende mensen worden ernstig in hun voortbestaan bedreigd door de expansiepolitiek van westerse landen.
Borneo, het op twee na grootste eiland ter wereld, heeft een oppervlakte van 740.000 km2. Het is verdeeld in een Maleisisch deel, het vroegere Brits Borneo, en een Indonesisch deel.
Met name het Indonesische zuidelijke deel heeft te lijden onder de grootschalige kap, doch ook de jaarlijks terugkerende bosbranden richten grote schade aan. Door de houtkap vormt erosie, het wegspoelen van vruchtbare grond, een steeds groter wordend probleem.Vruchtbare grond spoelt met de rivieren in zee waar het de aldaar levende mariene levensvormen zoals koraal vernietigt.
Grote veroorzakers van deze desastreuze vernietiging zijn de grote westerse multinationals die met behulp van in Indonesië gemakkelijk te verkrijgen licenties met het grootste gemak hun gang kunnen gaan. Deze multinationals voorzien echter in een markt die de westerse mens veroorzaakt en in stand houdt. Zij profiteren echter van een winst op korte termijn. Binnen 15 jaar zal het overgrote deel zijn kaalgekapt en zal er o.a voor de olifant, orang utan en neushoorn geen plaats meer zijn.

Het Wereld Natuur Fonds heeft in 2005 een grote actie op touw gezet om 18 miljoen hectare bos, een gebied zo groot als 4 maal Nederland, te beschermen.
Op Borneo worden nog steeds dier- en plantsoorten ontdekt. Die beschermde gebieden zullen een verbinding moeten gaan vormen om zo veel mogelijk soorten te beschermen.
De WNF- actie bracht in Nederland 1,5 miljoen Euro op.

In september 2009 is in Sydney, Australië een grote palmolieconferentie gehouden. In de agenda werd vooralsnog met geen woord gerept over de bedreiging voor mens, plant en dier. Behalve de WNF- actie zijn er evenwel ook, zij het kleine, positieve acties te melden uit b.v de bankenwereld. De Nederlandse banken, in grote mate verantwoordelijk voor de financiering van de aanleg en het management van de palmolieplantages, worden door de stichting Profundo gestimuleerd sociale en milieu criteria toe te passen op hun investeringen in de sector; de zogenaamde Roundtable on Sustainable Palmoil (RSPO) normen.
Ook de Nederlandse Milieudefensie neemt als lid van het Friends of the earth netwerk deel aan de zogenaamde sojacoalitie en het Palmolieplatform. Hiertoe bestaat een meldpunt voor maatschappelijk onaanvaardbare transacties (MMOT).

Nu in januari 2011, dus ruim een jaar na de Sydney palmolieconferentie, zijn toch, zij het beperkt, positieve berichten te melden.
Op 7 april 2010 gaf Unilever een persbericht uit met daarin de volgende passage: 
"Unilever heeft vandaag aangekondigd dat zij genoeg GreenPalm- certificaten voor duurzame palmolie heeft verkregen om te voldoen aan de volledige behoefte aan palmolie voor zowel haar Europese als haar Australische en Nieuw-Zeelandse activiteiten. Dit maakt deel uit van Unilevers streven om vanaf 2015 alle benodigde palmolie te betrekken uit gecertificeerde duurzame bronnen. GreenPalm, een door de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO) goedgekeurd certificeringsprogramma, is opgezet om oplossingen te vinden voor de maatschappelijke en milieuproblemen die worden veroorzaakt door de productie van palmolie. Door certificaten te verkopen binnen het GreenPalm- programma kunnen producenten van palmolie door duurzaam te telen een hoger bedrag krijgen voor hun oogst."
Hiermee is een eerste stap gezet in het kader van behoud van het regenwoud in Indonesië. Het valt te hopen dat andere multinationals dit voorbeeld volgen. Van belang blijft deze ontwikkelingen nauwlettend te blijven volgen.

Het Wereld Natuur Fonds stimuleert Nederlandse bedrijven om op een verantwoorde wijze te investeren in de productie van soja.
Met acties ter bescherming van in het oog lopende soorten als de orang utan, de olifant en de neushoorn heeft WWF de problematiek op Borneo op de kaart gezet en onder een breed publiek bekend gemaakt. Van de beschermingsacties voor deze soorten profiteren uiteraard alle andere soorten in het gebied. Voor veel soorten komen de acties echter te laat.
Soorten die reeds in grote aantallen vanuit Indonesië naar voornamelijk China worden geëxporteerd voor de verkoop op de voedselmarkten is het nu reeds 2 voor 12.

Zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en insecten werden de afgelopen 20 jaar reeds in enorme aantallen naar China uitgevoerd. Hieronder vallen veel schildpadden; exacte cijfers ontbreken, doch schattingen geven cijfers van tientallen miljoenen tonnen op jaarbasis aan.
Zo wordt ook de Stekelaardschildpad (Heosemys spinosa) massaal naar China geëxporteerd.
De soort wordt dusdanig door aanhoudende jacht, verdwijnen van leefgebied en versnippering daarvan bedreigd dat de World Conservation Union (IUCN) hem al sinds 1994 classificeert als endangered A1bdc. Tevens staat hij op de CITES lijst 2, hetgeen inhoudt dat handel slechts beperkt mogelijk is. De gebrekkige wetgeving en met name de controle daarop in Indonesië biedt de soort echter geen bescherming. De export gaat gewoon door.

Buhlmann, Rhodin en Van Dijk stellen, als leden van de IUCN Tortoise and Freshwater turtle species Specialist Group dat intensief onderzoek naar de status in het verspreidingsgebied zeer dringend gewenst en aanbevolen wordt. De handel is al met 50% verminderd ondanks de voortdurende vraag vanuit China. 
De Stekelaardschildpad leeft op 100 tot 170 meter hoogte in en rond rivieren, meren, beken en moerassen in het regenwoud. Volwassen dieren leven meer op het land dan jonge dieren. Het zijn voornamelijk planten en vruchteneters die zij in de bodemgrond van het bos vinden. Af en toe wordt ook aas en insecten en andere lagere dieren als slakken gegeten. De soort legt 1à 2 eieren per legsel meerdere malen per seizoen. De voortplanting is sterk klimaat gebonden.
In gevangenschap is de soort lastig te houden. Dit wordt met name veroorzaakt door de slechte conditie van de dieren na import. De dieren hebben in het handelscircuit een slechte periode achter de rug waarin het ontbrak aan juiste voeding en met name vocht. Nagenoeg alle dieren komen uitgedroogd bij de dierendetailhandel in westerse landen terecht.
Ook fokprogramma's, beheerd door de European Studbook Foundation (ESF) en de European Association for Zoos and Aquariums (EAZA) zijn tot dusver weinig succesvol. Wereldwijd werden slechts enkele dieren gekweekt in de dierentuinen van Atlanta en Knoxville in de VS en Jersey op de Channel Islands in Europa. In Europa worden slechts enkele tientallen dieren in geregistreerde stamboek/fokprogramma's gehouden. Het vanuit Nederland gecoördineerde ESF stamboek dat samenwerkt met het EAZA European Studbook (ESB) heeft in Nederland 5 deelnemers waaronder de Diergaarde Blijdorp.

Sinds 2001 wordt er in met name Hong Kong intensiever gecontroleerd op de invoer van exotische dieren hetgeen een positieve ontwikkeling mag worden genoemd. Zo werden in december 2001 circa 10.000 schildpadden, waaronder circa 600 Stekelaardschildpadden, in beslag genomen. Van de 10.000 bleken er bij aankomst al 3500 te zijn gestorven.Van de 600 Stekelaardschildpadden werden 281 door tussenkomst van de Turtle Survival Alliance (TSA) bij dierentuinen en particulieren in Europa ondergebracht. Helaas zijn gedurende het eerste jaar na de import al 170 dieren gestorven, vooral door de slechte conditie veroorzaakt tijdens het proces tussen uit het wild gevangen worden, opslag in Hong Kong, de diverse transporten en de eindbestemming. In Europa werken EAZA en ESF samen met TSA Europe. In het European Studbook (ESB) van EAZA zijn alle in Europa door TSA geïmporteerde dieren ondergebracht; ESF en EAZA werken in dit verband nauw samen, hetgeen inhoudt dat de dieren, verzorgd door dierentuinen en particulieren, door beide stamboekhouders worden beheerd. In maart 2007 zijn 31 dieren door CITES Hong Kong, na tijdelijke opslag in de Kadoorie Botanical Gardens, overgedragen aan TSA die de dieren vervolgens aan ESF overdroeg. ESF bracht die vervolgens begeleid door een contract onder bij particuliere deelnemers.

Nu 9 jaar na import is het de dieren stammend uit de 2001-2002 TSA import niet bijzonder goed vergaan. Van de 281 dieren die naar Europa kwamen zijn er thans nog 60 in leven.
Ook van de in 2007 geïmporteerde 31 dieren zijn er nu nog slechts 13 in leven. Op de dode dieren is sectie verricht en de verschillende uitslagen geven een eenduidig beeld weer; de dieren zijn sterk vermagerd en nier- en leverfalen is wellicht mede doodsoorzaak.
Een grootschaliger pathologisch onderzoek en een betere intensievere screening van de levende dieren kan mogelijk meerdere stamboekdieren redden.
EAZA en ESF ontwikkelen thans initiatieven de huisvesting en voeding van de in Europa gehouden dieren te verbeteren. Ook is een voorstel in voorbereiding de dieren na confiscatie tijdens de opslag beter te verzorgen. Een protocol ter verbetering van voeding is reeds opgesteld.
De herkomst van de in Hong Kong in beslag genomen dieren is meestal niet te achterhalen. Diverse malen zijn pogingen ondernomen de herkomst te traceren, doch veelal kwam men niet verder terug dan Maleisië. Juist door het grote verspreidingsgebied is dit lastig te achterhalen. De dieren worden binnen een groot gebied verzameld en via handelsroutes naar exporthavens in Borneo getransporteerd van waaruit ze naar China gaan. De illegale vangst en export naar met name China en het in rap tempo verdwijnen van het leefgebied door met name de aanleg van palmolieplantages zorgen voor de ernstig bedreigde status van de Stekelaardschildpad.

Naast een betere huisvesting en voeding van de dieren in de stamboek/fokprogramma's is het juist vaststellen van de herkomst van uitermate groot belang. Morfologische studies hebben al aangetoond dat er verschillende geografische typen van de soort bestaan waarmee binnen het fokprogramma terdege rekening moet worden gehouden.

Een DNA onderzoek kan hierin een oplossing bieden. Hiertoe moeten echter van wilde exemplaren met exacte vindplaats bloed- of speekselmonsters worden afgenomen waarna in laboratoria het genetisch materiaal moet worden onderzocht en vergeleken. Dit is een kostbare aangelegenheid. Binnen de bestaande stamboek/fokprogramma's van EAZA en ESF zijn hiervoor vooralsnog geen financiën gegenereerd. Ook in kwesties als deze worden er prioriteiten gesteld.
Op dit moment worden wel al plannen ontwikkeld en worden kostenramingen gemaakt. Een vergelijkbaar onderzoek voor de Driestreepdoosschildpad (Cuora trifasciata) wordt binnen EAZA en ESF uitgevoerd en komt per monster/dier op circa 75 euro. Om een representatief breed resultaat te bereiken dienen zeker 25 dieren uit het wild te worden onderzocht. Naast dit DNA onderzoek aan een aantal dieren met bekende oorsprong dienen alle 90 Europese Heosemys spinosa stamboekdieren te worden onderzocht. Dit komt neer op 6750 euro voor de onderzoeken.
Met een aanvullende 250 euro voor verzending van de monsters zou dit op ruw geschat 7000 euro komen. Voor een pathalogisch onderzoek en veterinaire screening is het lastig een begroting vast te stellen.
Na de juiste typevaststelling en wellicht ondersoortbepaling van alle stamboekdieren kunnen genetisch juiste fokparen en groepen binnen de EAZA en ESF locaties worden samengesteld.
Alleen wanneer aan alle voorwaarden voor juiste voeding, huisvesting en vaststelling van ondersoort of typestatus van de dieren is voldaan is er een klimaat geschapen waarbinnen de soort ten minste in gevangenschap voor de toekomst kan worden veilig gesteld. Op deze manier kan een zogenaamde assurance colony worden opgebouwd van waaruit in de toekomst, wanneer in de natuur betere tijden zijn geschapen, dieren kunnen worden geherintroduceerd. Wij hopen dat multinationals die thans debet zijn aan de kritiek bedreigde status van de Stekelaardschildpad hierin een bijdrage willen leveren.


13 januari 2011. 
H.A. Zwartepoorte,  Martin van Wees 
Chair TSA Europe    ESF studbookkeeper Heosemys spinosa
Chair ESF
IUCN TFTSG member
EAZA ARTAG member

E-mail Print PDF
Last Updated on Thursday, February 19 2015